Advies

Begeleiden & ondersteunen

De ALV is niet de hoogste macht in de vereniging

Regelmatig menen leden dat de ALV (Algemene Ledenvergadering) de hoogste macht is in de vereniging. Toch is dat niet zo. In de wet staat namelijk dat aan de ALV alle bevoegdheden toekomen die niet door de wet of statuten aan andere organen zijn opgedragen.

Voor sportverenigingen geldt dus dat de ALV geen bindende instructies kan geven aan het bestuur over onderwerpen die tot de bevoegdheid van het bestuur horen en zij deze niet kan afdwingen. Het bestuur bestuurt volgens de wet de vereniging en heeft daarin een eigen beleidsvrijheid. Die vrijheid wordt begrensd door de handelingsbevoegdheid zoals die in de statuten staat.

Het enige dat een ALV kan doen als zij het niet eens is met het bestuur, is het bestuur te ontslaan. Daarvoor moeten echter zwaarwegende redenen bestaan. De ALV heeft het bestuurslid bij benoeming immers een mandaat gegeven voor een aantal jaren om de vereniging te besturen en het bestuur zal daartoe ook de gelegenheid moeten krijgen.

Het komt er dus op neer dat het bestuur en de ALV gelijkwaardig zijn aan elkaar. Ieder heeft zijn eigen bevoegdheden en rechten die naast elkaar bestaan (Bron: Legal letters).