Nieuws

Hoe om te gaan met contributie van leden

Sportverenigingen

Het spreekt voor zich dat als we hier zouden stellen dat het leden vrij staat om per direct het lidmaatschap te beëindigen of de contributie (gedeeltelijk) terug te vorderen nu er geen sport-en speelmogelijkheden zijn (en verwacht kan worden dat die er voorlopig ook niet komen), dat daarmee de continuïteit van de verenigingen direct in groot gevaar komt. Met als gevolg dat de vereniging haar verplichtingen tegenover alle andere leden, de bond en alle andere betrokken partijen niet meer na kan komen. Gelukkig kunnen we op basis van de wet betogen dat dit niet het geval is. 

Anders dan bijvoorbeeld geldt voor sportabonnementen of afspraken voor trainingen bij commerciële sportaanbieders – waarop het algemene contractenrecht van toepassing is (zie verderop in deze bijdrage) – gelden voor het lidmaatschap van een sportvereniging hele specifieke regels. Uitgangspunt volgens de wet is dat een persoon lid blijft van de vereniging, totdat het lidmaatschap eindigt op één van de in de wet limitatief opgesomde manieren:

  1. De dood van het lid (behoudens overgang krachtens erfrecht);
  2. Opzegging (door het lid of door de vereniging);
  3. Ontzetting (royement).

Opzegging van het lidmaatschap door het lid kan tegen het einde van het verenigingsjaar (boekjaar) met inachtneming van een opzegtermijn van vier weken. De statuten kunnen anders bepalen, maar dit komt in de praktijk weinig voor, dus dat lijkt voor de meeste verenigingen geen groot risico te zijn. 

Let op, er zit een addertje onder het gras…
De wet kent namelijk nog uitzonderingen op grond waarvan onmiddellijke opzegging door een lid in sommige gevallen toch mogelijk is. Er kan gesteld worden dat het onder de gegeven omstandigheden niet redelijk zou zijn om gebruik te willen maken van de directe opzeggingsmogelijkheid van het lidmaatschap. 

Verder geldt dat hier ook geen besluit is van de vereniging tot beperking van het recht van het lid om te sporten, maar een door de overheid opgelegde noodmaatregel waardoor het sporten tijdelijk niet mogelijk is. En zelfs als het lidmaatschap wel onmiddellijk zou kunnen beëindigd door een lid, dan nog geldt volgens de wet dat de contributieverplichting toch voor het hele jaar blijft gelden.

De conclusie is dan ook dat we vast kunnen houden aan het uitgangspunt dat alle leden ook voor dit ongewone jaar gewoon volledig aan hun contributieverplichtingen moeten voldoen. Tenzij de eigen statuten van de vereniging een tussentijdse opzegmogelijkheid bevatten waarin dit anders is geregeld. Als het gaat om extra betalingsverplichtingen voor het lid die niet bij of krachtens de statuten aan het lidmaatschap zijn verbonden, ligt het anders. Dit kan bijvoorbeeld een bijdrage zijn voor extra activiteiten, zoals een zomerkamp dat niet doorgaat. Daarvoor geldt het ‘algemene’ contractenrecht en kan restitutie of opschorting van de betalingsverplichting wel aan de orde zijn.

 

Commerciële sportaanbieders

Doorlopende abonnementen bij commerciële sportaanbieders (zoals sportscholen) kunnen door de sporter direct worden beëindigd. Waarbij volgens de wet wel maximaal één maand opzegtermijn kan gelden. Daarna eindigt dan ook de betalingsverplichting. Alleen bij het eerste abonnement voor een bepaalde tijd (meestal voor een jaar) geldt deze opzegmogelijkheid niet. Dat loopt dus ook tijdens de coronacrisis door. Maar in deze situatie geldt in de regel wel een recht op compensatie of opschorting van de betalingsverplichting voor de tijd dat niet kan worden gesport. Dit laatste geldt ook bij doorlopende abonnementen of voor bijvoorbeeld een afgesproken reeks lessen bij een trainer of leraar.     

 

Ons advies

Het is normaal gesproken altijd goed om uit te gaan van de wettelijke bepalingen en uitgangspunten. De maatregelen rondom het coronavirus kunnen echter leiden tot bijzondere situaties. Voor zowel sportverenigingen als commerciële aanbieders willen wij vanuit MOOIWERK adviseren om in ieder geval transparant te communiceren naar je leden. In veel gevallen is het goed om met (een afvaardiging van) je leden in overleg te gaan over de gevolgen de club en mogelijke oplossingen. Door oog te houden voor het grotere geheel en elkaars belangen, voorkom je zo onrust binnen je sportclub.